Terwijl de aandacht naar GLP-1-analogen ging, bouwde een tweede pancreashormoon stilletjes een eigen onderzoekslijn op. De stand van dat onderzoek, van molecuulontwerp tot fase 3a.
MVMichel van der VeenVerpleegkundige · Wetenschapsredacteur Peptalis Bronnen gecontroleerd via PubMed · 5 referentiesHerzien september 2026 · 9 MIN LEZENDe meeste aandacht in het metabole peptidenonderzoek gaat naar GLP-1. Dat is begrijpelijk, maar onvolledig. De bètacellen van de alvleesklier scheiden naast insuline nog een hormoon uit: amyline.
Het tweede hormoon van de bètacel
Het is een peptide van 37 aminozuren dat na de maaltijd samen met insuline vrijkomt. Amyline vertraagt de maaglediging, remt de afgifte van glucagon en draagt bij aan het verzadigingssignaal in de hersenen. Het overzichtswerk van Hay en collega's in Pharmacological Reviews (2015) beschrijft hoe amyline zijn werk doet via een ongebruikelijke receptorfamilie: de calcitonine-receptor die pas amyline-specifiek wordt zodra hij samenklikt met hulpeiwitten, de zogeheten RAMP's. Die samengestelde receptoren zijn een eigen onderzoeksveld, en een van de redenen dat amyline-farmacologie lang lastiger was dan GLP-1-farmacologie.
Waarom amyline een lastig molecuul is
Amyline heeft een berucht scheikundig probleem: het klontert. Het natuurlijke peptide vormt gemakkelijk amyloïde fibrillen. Dezelfde neiging die het in de eilandjes van Langerhans tot een pathologisch kenmerk van diabetes type 2 maakt, maakt het ook tot een onhandelbaar uitgangspunt voor stabiele analogen. Kruse en collega's van Novo Nordisk beschrijven in Journal of Medicinal Chemistry (2021) hoe cagrilintide daarop is ontworpen: een gestabiliseerd, gelipideerd amyline-analoog waarvan de vetzuurstaart binding aan albumine mogelijk maakt. In de fase 1b-studie van Enebo en collega's (The Lancet, 2021) werd voor cagrilintide een halfwaardetijd van 159 tot 195 uur gemeten, de farmacokinetische basis voor wekelijkse dosering in de trials.
Wat de humane studies deden en toonden
De klinische onderzoekslijn is compact en goed gedocumenteerd; de doseringen hieronder zijn feiten over de betreffende studies.
Fase 1b (Enebo et al., The Lancet 2021). 95 deelnemers met overgewicht kregen 20 weken lang wekelijks cagrilintide (0,16 tot 4,5 mg, oplopend) of placebo, telkens naast semaglutide 2,4 mg. De studie was primair een veiligheids- en farmacokinetiekstudie; maag-darmklachten vormden 37% van de gemelde voorvallen.
Fase 2 (Lau et al., The Lancet 2021). 706 deelnemers, 26 weken, wekelijks cagrilintide 0,3 tot 4,5 mg als monotherapie tegenover placebo en tegenover dagelijks liraglutide 3,0 mg. Gewichtsreductie liep op van 6,0% tot 10,8% tegenover 3,0% bij placebo; de hoogste dosis kwam uit boven liraglutide (10,8% tegenover 9,0%).
Fase 3a REDEFINE 1 (Garvey et al., NEJM 2025). 3.417 deelnemers, 68 weken, cagrilintide 2,4 mg gecombineerd met semaglutide 2,4 mg (“CagriSema”) tegenover elk middel afzonderlijk en placebo. De combinatie gaf een gemiddelde gewichtsverandering van −20,4% tegenover −3,0% bij placebo. Maag-darmvoorvallen kwamen voor bij 79,6% van de combinatiegroep tegenover 39,9% bij placebo, overwegend mild tot matig en voorbijgaand.
Wat deze reeks bijzonder maakt: het is een van de weinige peptide-onderzoekslijnen waar het pad van molecuulontwerp naar groot fase 3-cohort binnen vijf jaar publiek en peer-reviewed te volgen is.
Wat openstaat
Het bewijs voor cagrilintide als monotherapie stopt bij fase 2; de fase 3-data betreffen de combinatie met semaglutide. Hoe groot de zelfstandige bijdrage van het amyline-mechanisme aan het combinatie-effect is, is daarmee nog niet ontleed. Ook de receptorfarmacologie zelf is onvolledig in kaart: welke RAMP-samenstellingen waar in de hersenen het verzadigingssignaal dragen. Voor laboratoria die aan receptorfarmacologie of aan peptide-stabilisatie werken, liggen hier twee concrete vervolgpaden: selectieve liganden per receptorsubtype, en de vraag hoe lipidatie de weefselverdeling van dit type analogen verandert.
Over de auteurMVMichel van der VeenVerpleegkundige · Wetenschapsredacteur PeptalisVerpleegkundige met elf jaar ervaring in de psychiatrie en oprichter van Peptalis. Schrijft de kennislaag van het platform: compoundprofielen, evidence-reviews en de kwaliteitsmethodiek. Werkt vanuit primaire literatuur (PubChem voor chemie, PubMed voor studies) en benoemt waar bewijs ontbreekt.
Bronnen gecontroleerd via PubMed · 5 referenties
CompoundprofielenEvidence-reviewsKwaliteitIN DIT ARTIKEL- Het tweede hormoon van de bètacel
- Waarom amyline een lastig molecuul is
- Wat de humane studies deden en toonden
- Wat openstaat
Compounds in dit artikel
- Cagrilintide · Niet in catalogus · Onderzoeksprofiel
Uitsluitend voor laboratoriumonderzoek. Niet voor humaan gebruik.
WETENSCHAPPELIJKE REFERENTIES
Deze referenties worden uitsluitend verstrekt voor informatieve en onderzoeksdoeleinden. Ze vormen geen medisch advies.
- 01In-vitro / chemieDevelopment of Cagrilintide, a Long-Acting Amylin Analogue.Kruse T, Hansen JL, Dahl K, et al. J Med Chem. 2021;64(15):11183-11194.doi 10.1021/acs.jmedchem.1c00565View on PubMed →
- 02Humaan RCT (fase 1b)Safety, tolerability, pharmacokinetics, and pharmacodynamics of concomitant administration of multiple doses of cagrilintide with semaglutide 2·4 mg for weight management.Enebo LB, Berthelsen KK, Kankam M, et al. Lancet. 2021;397(10286):1736-1748.doi 10.1016/S0140-6736(21)00845-XView on PubMed →
- 03Humaan RCT (fase 2)Once-weekly cagrilintide for weight management in people with overweight and obesity: a multicentre, randomised, double-blind, placebo-controlled and active-controlled, dose-finding phase 2 trial.Lau DCW, Erichsen L, Francisco AM, et al. Lancet. 2021;398(10317):2160-2172.doi 10.1016/S0140-6736(21)01751-7View on PubMed →
- 04Humaan RCT (fase 3)Coadministered Cagrilintide and Semaglutide in Adults with Overweight or Obesity.Garvey WT, Blüher M, Osorto Contreras CK, et al. N Engl J Med. 2025;393(7):635-647.REDEFINE 1 · doi 10.1056/NEJMoa2502081View on PubMed →
- 05ReviewAmylin: Pharmacology, Physiology, and Clinical Potential.Hay DL, Chen S, Lutz TA, Parkes DG, Roth JD. Pharmacol Rev. 2015;67(3):564-600.doi 10.1124/pr.115.010629View on PubMed →